Naar inhoud

Home Infobank Nieuws De nieuwe EU-verordening inzake sociale zekerheid

Terug naar het overzicht

07-04-10 De nieuwe EU-verordening inzake sociale zekerheid

Indien men als zelfstandige gelijktijdig werkt in verschillende landen van de EU, of tijdelijk gedetacheerd wordt van het ene land naar het andere, stelt zich de vraag in welk land men sociale bijdragen moet betalen. Tot op heden werd deze problematiek geregeld door de Verordening 1408/71 maar deze wordt vanaf 1 mei 2010 vervangen door de nieuwe Verordening 883/04.

De grote principes

De grote principes van de “oude” verordening wijzigen niet.

Deze kunnen als volgt worden samengevat:

  1. Het “principe van de werkstaat” blijft bestaan: dit houdt in dat de zelfstandige onderworpen is aan de wetgeving van de lidstaat waar men werkt.
  2. De zelfstandige kan maar onder de sociale zekerheidswetgeving vallen van één land.
  3. Sociale zekerheidsrechten die men heeft opgebouwd in een lidstaat blijven behouden, ook als men niet langer in deze lidstaat woont of werkt.
  4. Voor de berekening van de sociale zekerheidsrechten wordt rekening gehouden met de arbeidsprestaties en verzekeringsprestaties die in andere lidstaten worden verricht.
  5. Als EU-onderdaan geniet men van dezelfde rechten als de nationale onderdaan.

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen

Detachering

Onder de “oude” Verordening kon een zelfstandige naar een andere lidstaat worden gedetacheerd met behoud van de sociale zekerheid van het thuisland voor een initiële periode van maximaal 12 maanden. Deze kon verlengd worden met een nieuwe periode van 12 maanden. In de nieuwe Verordening is detachering direct mogelijk voor een periode van 24 maanden.  Een langere detachering (tot 5 jaar) blijft mogelijk op basis van een akkoord tussen het gastland en het thuisland. Een bijkomende voorwaarde is dat de zelfstandige in het woon – en het werkland dezelfde activiteiten uitoefent.

Gelijktijdige tewerkstelling

De zelfstandige die activiteiten ontwikkelt in meerdere lidstaten, is verzekeringsplichtig in het land van de woonplaats. Dat was al zo onder de “oude” Verordening. Onder de nieuwe Verordening moet een zelfstandige een substantieel deel van zijn activiteiten in zijn woonplaats uitoefenen, om onder de sociale zekerheid te kunnen vallen van het land waar hij woont. Onder “substantieel” verstaat men dat minimaal 25% van de arbeidstijd, vergoeding of omzet. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, valt de zelfstandige onder de sociale zekerheid van de lidstaat waar zich het “centrum van de belangen van zijn werkzaamheden” bevindt.

Voorbeeld:

Een zelfstandige woont in België en werkt als zelfstandige zowel in België als in Nederland. Hij kan aantonen dat meer dan 25% van zijn omzet wordt gerealiseerd in België. Hij is dan ook voor het geheel van zijn werkzaamheden onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid en is alleen in België verzekeringsplichtig.

Combinatie zelfstandige en werknemer

Indien men op hetzelfde moment werkzaam is als werknemer en als zelfstandige in verschillende landen, voorziet de nieuwe verordening dat men onderworpen is aan het sociaal zekerheidsstelsel voor zelfstandigen van het land dat bevoegd is voor de activiteiten als werknemer.

In de oude verordening was de zelfstandige soms onderworpen aan de sociale zekerheidswetgeving van de beide landen.

Voorbeelden:

  1. Een persoon woont in België en oefent daar ook een zelfstandige activiteit uit. Daarnaast is hij werknemer van een firma in Nederland. Hij valt dan ook voor het geheel van zijn activiteiten onder de sociale wetgeving van Nederland.
  2. Een persoon woont in België. Hij oefent een activiteit als zelfstandige uit in Nederland en is daarnaast ook werknemer in België.  Hij valt voor het geheel van zijn activiteiten onder de sociale wetgeving van België.

Administratieve vereenvoudiging

De nieuwe Verordening brengt de invoering van een nieuw systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen de lidstaten met zich mee (EESSI=Electronic Exchange of Social Security Information).

Het zal ongeveer wel een tweetal jaren duren voordat in alle lidstaten gaat gebruik gemaakt worden van deze elektronische uitwisseling van documenten. Tot die tijd (vermoedelijk dus 2012) zullen het papieren en het elektronische systeem naast elkaar blijven bestaan.

Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen

De nieuwe Verordening zal in werking treden op 1 mei 2010 maar voorziet in een overgangsperiode van 10 jaar waarin bestaande situaties onder de oude regels blijven vallen zolang deze niet worden gewijzigd.

De zelfstandige kan wel vragen om onder de nieuwe Verordening te vallen. Hij dient hiervoor een schriftelijk verzoek te richten aan de RSVZ waarin hij uitdrukkelijk verklaart op de hoogte te zijn van de gevolgen van de wijziging.

Besluit

Als men als zelfstandige onderworpen is aan de oude Verordening, wijzigt er in principe niets.  Maar men kan wel opteren voor de nieuwe Verordening. Of dat voordelig is, hangt af van de hoogte van de sociale bijdragen en van de sociale bescherming in de verschillende lidstaten.

Als men pas na 30 april 2010 activiteiten begint te ontplooien in verschillende lidstaten, is de nieuwe verordening van toepassing.

Voorbereiden
Idee
Startvoorwaarden
Sociaal statuut
Ondernemingsvorm
Steun
Ondernemingsplan
Starten
Wat je zeker moet doen
Wat je bijkomend kan doen
Specifieke situaties
Groeien
Van bijberoep naar hoofdberoep
Nieuwe ondernemingsvorm kiezen
Personeel aanwerven
Bezoldiging opnemen
Blijven leren
Infobank
Documenten
Publicaties
Nieuws
FAQ
Infosessies
Links
Partners
Toolbox
Persoonlijk stappenplan
Aansluiting Acerta
Berekeningen
Premiescoop
Web Specials
Over Acerta